Fruitbomen, bomen, struiken en hagen: kies voor streekeigen planten!

**INDIENEN VERLENGD TOT EN MET 3 NOVEMBER 2019**

De jaarlijkse boomplantactie is een groepsaankoop voor streekeigen bomen en struiken.
We kiezen bij de boomplantactie voor streekeigen groen. Deze soorten passen landschappelijk goed in de Vlaamse Ardennen en doen het hier van nature goed. Waar mogelijk bieden we daarenboven autochtoon plantgoed aan. Dit zijn streekeigen planten die ook nog eens opgekweekt werden uit zaad dat hier in de streek werd geoogst. Op die manier krijg je materiaal dat beter aangepast is aan onze lokale groeiomstandigheden (klimaat, bodem,…) en daardoor minder gevoelig is aan ziekten.
We werken enkel met leveranciers die het MPS-certificaat (More Profitable Sustainability) met A of A+ label toegekend kregen. Dit zijn kwekers die op een efficiënte en verantwoorde manier omgaan met o.a. meststoffen, fytoproducten, water en energie. Een win-win situatie voor de boomkweker én voor het milieu. Meer info: www.vms-vzw.be .
Wij en onze kwekers stellen alles in het werk om je het plantgoed in goede staat te bezorgen. Wat er na de afhaling met het plantgoed gebeurt valt buiten onze verantwoordelijkheid. RLVA kan dan ook niet verantwoordelijk gesteld worden voor plantgoed dat niet aanslaat. Zeer belangrijk hierbij: let er bij het transporteren van het plantgoed op dat de wortels niet kunnen uitdrogen. Het transporteren van het plantgoed in een gesloten (aanhang-)wagen en/of de wortels afdekken met een zeil is van vitaal belang.

> Je tuin ontwerpen
> planten kiezen
> hoe bestellen
> planten afhalen
> wanneer planten
> hoe planten
> nazorg
> BESTELBON 2019 pdf
> BESTELBON 2019 excel
> vragen over je bestelling?

 

 

Je tuin ontwerpen

Denk even na over volgende vragen:

  • Welk type tuin wil je: strakke of organische vormen; modern of tijdloos; biodivers of ‘clean’, open of gesloten ... 
  • Wat verwacht je van je tuin: groenten, fruit, bloemen, recreatie, ontspanning, dieren, ...
  • Wil je zo weinig mogelijk onderhoud of is werken in de tuin een ontspanning 
  • Wat met ‘groenafval’
  • In welke mate moet/wil je rekening houden met je omgeving (mens, landschap, ...)

eens je op bovenstaande vragen het antwoord weet is het tijd voor volgend stappenplan:

  • Maak een basisplan van de bestaande situatie
  • Breng je tuin in kaart: zon/schaduw, bodemtype, droog/vochtig, bestaande beplanting ...
  • Zet eerst de basislijnen uit: verharding, groenvormen, water, ...
  • Vul dan de basislijnen in: volumes, lijnen, punten, vlakken
  • Kies planten in functie van je tuineigenschappen
  • hou rekening met de evolutie in de tijd
  • Hoe meer lagen hoe meer biodiversiteit: moslaag, kruidlaag, struiklaag, bomenlaag
  • Combineer horizontale lagen met verticale lagen
  • Een waterpartij in de tuin is altijd een meerwaarde maar denk aan de veiligheid van kinderen en dieren
  • Stel een werkplanning op
  • Respecteer de wetgeving (plantafstanden, vergunningen, ...)
  • Maak een praatje met de buren als je grootse plannen hebt

 

planten kiezen

Kies je voor een geschoren haag, een uitbundig bloeiende heg, een brede houtkant of een echt vogel- en nectarbosje? Dit wordt deels bepaald door de beschikbare ruimte, maar hou in gedachten dat je een haag best zo’n 70cm breed laat worden. Pas dan voelen vogels er zich veilig genoeg om een nest te maken. Een heg laat je bloeien en vruchten dragen, en wordt algauw enkele meters breed. Voor een uitgegroeide houtkant of bosje voorzie je best minstens vijf meter. Een uitgegroeide fruitboom of andere hoogstamboom heeft algauw een doorsnede van 10 meter. Voorzie daarom altijd voldoende plaats.

 

een geschoren haag:
Een natuurlijke haag bestaat altijd uit een mengeling van verschillende soorten. Je kunt natuurlijk ook kiezen voor een haag van één soort, bijvoorbeeld haagbeuk, beuk of meidoorn. Soorten voor de geschoren haag: haagbeuk, veldesdoorn, liguster, meidoorn, sleedoorn, taxus, hulst, iep, beuk, gelderse roos, rode kornoelje. (klik hier voor het beheerschema voor een haag - schema opgemaakt in het kader van Loket Onderhoud Buitengebied)

 

een bloesem heg:
Voor een bloesemheg kies je ook best voor een mengeling van meerdere soorten. Ideaal hiervoor zijn meidoorn, sleedoorn, hondsroos, bosroos, liguster, rode kornoelje, gelderse roos, vogelkers, vuilboom, kardinaalsmuts. Een bloesemheg draagt enkel bloemen als ze niet jaarlijks geschoren wordt. (klik hier voor het beheerschema voor een heg - schema opgemaakt in het kader van Loket Onderhoud Buitengebied)

 

een houtkant:
Meestal wordt er bij een houtkant gewerkt met twee of drie rijen planten. De afstand tussen twee rijen bedraagt 1 meter. Na verloop van tijd zal dit een dichte houtkant worden, een dunning is wel aangewezen na een paar jaar. Soorten voor de houtkant: alle inheemse boom- en struiksoorten op de bestelbon. (klik hier voor het beheerschema voor een houtkant - schema opgemaakt in het kader van Loket Onderhoud Buitengebied)

 

een bosje:
Kies hier voor een ruim plantverband waarbij de planten op zo’n twee meter afstand van elkaar af staan. De vorm van het bosje kun je laten afhangen van het te beplanten perceel. Om een bos-effect te verkrijgen voorzie je best minstens 4 à 5 rijen bomen. Soorten voor het vogelbosje: meidoorn, sleedoorn, zoete kers, vuilboom, hazelaar, gelderse roos, lijsterbes, rode kornoelje. (klik hier voor het beheerschema voor een hakhoutbosje - schema opgemaakt in het kader van Loket Onderhoud Buitengebied)

 

nectarplanten:
Wil je bij- en vlindervriendelijke planten, kies dan in eerste instantie voor boswilg en klimop, meidoorn, sleedoorn, hondsroos, bosroos, liguster, zoete kers, lijsterbes, vuilboom of vogelkers. Verder zijn natuurlijk ook alle fruitbomen een fantastische voedselbron voor deze insecten.

 

fruitbomen:
Bij het kiezen van fruitbomen is smaak vaak het belangrijkste criterium. Hou echter ook rekening met het tijdstip van rijping om een spreiding van je oogst te bekomen en de mogelijkheid om het fruit langdurig te bewaren. Info per fruitras vind je terug bij de Nationale Boomgaardenstichting (www.boomgaardenstichting.be/html/fruitfiches.html). Zorg ook voor bestuivers. Bij de meeste appel- , peer-, pruim- en kersensoorten moet er eerst een kruisbestuiving plaatsvinden om vruchten te bekomen. Iedere variëteit heeft zijn eigen lijst van geschikte bestuivers (www.rlva.be/sites/default/files/bestuivingstabellen.pdf). Als er in de buurt van je tuin geen of weinig andere fruitbomen staan is het aangeraden om hier bij de samenstelling van je boomgaard rekening mee te houden. (klik hier voor het beheerschema voor fruitbomen - schema opgemaakt in het kader van Loket Onderhoud Buitengebied)

 

meer info:

  • plantenfiches: een beknopte uitleg over de meeste soorten die bij de boomplantactie aangeboden worden
  • Plant van hier helpt je om op basis van je woonplaats de juiste planten te kiezen. Je vindt er ook meer uitleg over de verschillende soorten.
  • Bomenwijzer helpt je een doordachte en duurzame boomsoortkeuze te maken voor elke specifieke situatie.
  • Beheerschema's LOB

 

hoe bestellen

Bezorg ons de ingevulde bestelbon vóór 25/10/2019. Vergeet niet je naam, adresgegevens, telefoonnummer, emailadres en afhaalpunt in te vullen. Download hier de bestelbon 2019 (pdf bestand) of bestelbon 2019 (excel bestand). Print de bestelbon af, vul hem in en stuur hem tijdig terug (via post of ingescand naar boomplantactie@rlva.be). Binnenkort vind je hier ook een invulbare excell-versie van de bestelbon.

 

planten afhalen

waar afhalen?

Bestellingen van minder dan 250€ zijn tegen contante betaling af te halen op zaterdag 30 november 2019 op het door jou gekozen verdeelpunt.
Bestellingen van meer dan 250€ worden in de gemeenten van het Regionaal Landschap op vrijdag 29 november gratis aan huis geleverd, mits voorafgaande betaling.

Plaatsen voor afhaling per gemeente (kies je locatie op de bestelbon):

  • Brakel:gemeentelijke loods Driehoekstraat
  • Erpe-Mere: Seskenskouter
  • Gavere: gemeentelijk containerpark Brandweerstraat
  • Geraardsbergen: groendienst Stad Geraardsbergen Driesstraat
  • Herzele: technische dienst Mergellaan
  • Horebeke: gemeentehuis Kerkplein
  • Kluisbergen: technische dienst Kluisbergen Berchemstraat
  • Kruisem: gemeentelijke loods Warandestraat
  • Kruisem: gemeentelijke loods Bekestraat
  • Lierde: gemeentelijke loods Nieuwstraat
  • Maarkedal: gemeentelijke loods Stationsberg
  • Oudenaarde: technische dienst openbare werken Paalstraat
  • Ronse: stedelijke werkplaatsen ingang Leuzesteenweg
  • Sint-Lievens-Houtem: Gemeentelijk domein 'De Pastorie' Halleweg Zonnegem
  • Wortegem-Petegem: containerpark Waregemseweg
  • Zingem: gemeentelijke loods Bekestraat
  • Zottegem: loods openbare werken Ballingsweg
  • Zwalm: loods technische dienst Zuidlaan

 

hoe afhalen?

Zeer belangrijk! Let er bij het transporteren van het plantgoed op dat de wortels niet kunnen uitdrogen. Het transporteren van het plantgoed in een gesloten (aanhang-)wagen en/of de wortels afdekken met een zeil is van vitaal belang.

 

wanneer planten

Plant liefst nog op de dag van de afhaling. Kan je niet direct planten, bewaar je plantgoed dan door het in te kuilen. Graaf een ondiepe kuil of plantsleuf en leg de wortels er in onder een hoek van 45 graden. Bedek alle blote wortels met de losgewerkte uitgegraven grond en geef wat water zodat de afdekkende aarde goed aansluit. Plantgoed in potten (klimop, braam, klimplanten,…) hoeft niet ingekuild te worden maar voorkom dat de potjes volledig uitdrogen. Hou de inkuilperiode zo kort mogelijk en stel nooit langer uit dan tot midden maart, wanneer de sapstroom terug op gang komt.

Plant dan bij voorkeur bij vochtig of regenachtig weer en vermijd het planten bij schrale wind of vorst. Zo vermijd je uitdrogen en vorstschade bij fijne wortels.

 

hoe planten

Aanplanten: plantafstand

Voor een haag plant je 4 à 5 plantjes per lopende meter. Voor een lossere heg volstaan 2 tot 3 planten per meter. Voor een houtkant voorzie je minstens twee rijen met telkens een meter tussen. Ook de afstand tussen twee planten in de rij bedraagt 1 meter. Een vogelbosje vraagt dan weer 4 à 5 rijen planten met telkens 1 plant per m². Na enkele jaren kan een uitdunning zich opdringen.

Het veldwetboek regelt de officiële plantafstanden. Hagen en heggen plant je op een halve meter van de perceelgrens. Indien je op de grens wil planten (een gemeenschappelijke haag) is de toestemming van de aanpalende eigenaar vereist. Zo’n overeenkomst zet je best op papier.

Voor hoogstambomen en fruitbomen: 10 meter onderlinge afstand. Hoogstammige bomen en houtkanten moeten volgens het veldwetboek minstens twee meter van de perceelsgrens staan. Let wel dat een buur wettelijk kan eisen dat takken die over zijn grond hangen, gesnoeid worden. Daarom is het vaak verstandig om wat meer afstand te houden.

Aanplanten: hoe

Voor hagen en heggen graaf je een plantsleuf of greppel van 40cm diep en 40cm breed. Zorg ervoor dat de grond onderaan de sleuf goed losgemaakt is en verdeel de planten gelijkmatig langs de sleuf.
Spreid de wortels van de planten op de bodem van de sleuf. Te lange wortels niet omplooien, maar met de snoeischaar bijknippen of het gat vergroten. Vul de greppel voor ongeveer de helft met verkruimelde aarde. Schud de planten even op, zodat de aarde goed tussen de wortels valt en zet de planten mooi op een rij. Vul de rest van de sleuf geleidelijk aan op met losgewerkte aarde en trek de platen voorzichtig omhoog zodat de planten even hoog komen als in de kwekerij (te zien aan de verkleuring op de stam).
Plant je een gemengde haag of heg, dan is het best om de verschillende soorten niet kriskras door elkaar te planten. De sterkst groeiende soorten zouden de minder sterke immers kunnen overgroeien. Je plant de dus best in kleine groepjes van drie à zes gelijksoortige planten aan. Om een dichte haag te bekomen (behalve bij beuk en haagbeuk) knip je na de aanplant een paar centimeter van de takken en twijgen af. Dit stimuleert de vertakking en een beter verdichting van de haag.

Voor bomen en fruitbomen graaf je een flink brede kuil waar de boomwortels ruim voldoende plaats hebben. Plooi de grote wortels niet om: je hebt kans dat ze dan gaan afsterven. Het is beter het plantgat nog wat breder te maken. Maak het plantgat echter niet te diep: de boom mag niet dieper geplant worden dan hij in de kwekerij stond (te zien aan de kleurovergang op de stam). Fruitbomen worden immers dikwijls geënt op een goed-wortelvormende onderstam. Als je de boom te diep plant, dan gaat de eigenlijke stam ook (minder goede) wortels vormen, en raken de onderzittende (goede) wortels afgesneden van de rest van de boom zodat de boom op termijn kan afsterven.

bomen opbindenPlaats tegelijk met de boom ook steunpalen in de plantkuil. Door de steunpaal tegelijk met de boom te planten voorkom je het beschadigen van de wortels. Een goede steunpaal hoeft niet meer dan anderhalve meter boven de grond uit te steken en hoeft niet dikker te zijn dan 6cm. Te lange steunpalen resulteren in een ‘luie’ boom die, als de steunpalen later weggehaald worden, alsnog kan ontwortelen. Plaats de steunpalen niet vlakbij de boom maar geef de stam voldoende ruimte om te verdikken. Gebruik bij voorkeur gummi boomband versterkt met canvas van zo’n 2,5cm breed.

Vul vervolgens het plantgat met de fijngebrokkelde aarde (geen grote kluiten, en vooral géén verse mest want dan verbranden de wortels). Na het planten de aarde flink aandrukken en indien nodig wat begieten, maar overdrijf hier niet mee.

Rest nog de boom te beschermen tegen rondlopende grazers met een beschermkooi. Het type kooi is afhankelijk van de diersoort die bij de bomen kan komen.

 

 

bescherming fruitbomen

Meer tips voor het aanplanten en verzorgen van (fruit)bomen vind je op www.boomgaardenstichting.be/html/raadgevingen.html

 

Nazorg

 

Water:

Bij langdurige droge periodes is het belangrijk om jonge aanplant geregeld overvloedig water te geven.

 

Scheren en snoeien:

Een geschoren haag vergt minstens twee scheerbeurten in het groeiseizoen. Het onderhoud van een bloesem- en bessenheg blijft in het groeiseizoen beperkt tot wat wegsnoeien van hinderlijke takken, terwijl een wat grotere snoeibeurt tijdens het winterhalfjaar een te weelderige groei kan intomen. Het kappen van een houtkant gebeurt om de vijf tot tien jaar en geeft op dat ogenblik een serieuze portie gezond winterwerk. Zaag de stronken af tot op zo’n 15cm boven de grond. Uit de overblijvende slapende knoppen lopen in de lente nieuwe scheuten uit. Voor de rest is het onderhoud beperkt tot het wegsnoeien van hinderlijke takken. Een permanent bosje vergt eveneens weinig onderhoud.

Fruitbomen moeten gesnoeid worden. Daarover vind je online heel wat info, of je kan een RLVA-snoeidemo bijwonen.

 

Fruit persen:

De meeste appel- en perenrassen kunnen geperst worden. De smaak is voller als je kiest voor een mengeling die niet te rijp is. Combineren met fruit zoals aardbeien, ontpitte kersen, krieken of druiven, rabarber, framboos, bessen en zelfs vlier of rode biet geeft een extra dimensie aan je sap (maximaal 15% ander fruit bij te mengen, vries het in bij de oogst en ontdooi het volledig voor het persen). Rot of beschimmeld fruit kan niet meer verwerkt worden, maar valfruit of lichte aantasting door insecten is geen probleem.

Locaties en data vind je op de websites van mobiele persers in de buurt:
http://www.mobielefruitpers.be
http://www.mobielefruitpers.com

Of ga langs bij een vaste fruitpers, o.a. in Kruishoutem: www.hoogstamboomgaard.be.

Vragen over je bestelling?

Neem contact op via boomplantactie@rlva.be of op het nummer 055/20 72 65. We helpen je graag verder!