Tweebossenpad

Route uitgegeven door VVV Brakel
  • Afstand : 10 km.
  • Parkeergelegenheid : Aan de kerk te Opbrakel.
  • Parcours : langs landelijke wegen.
  • Bewegwijzering : ja.
  • Topografische kaart : 30/5-6 (1:25000).

Wegomschrijving

De huidige route loopt door en langs twee boscomplexen, nl het Brakelbos en het Livierenbos. Deze bossen vormen reeds vanaf de 11de eeuw ononderbroken de grens tussen Vlaanderen en Henegouwen. Het historisch belang van deze bossen wordt nog groter als men bedenkt, dat ze nog veel vroeger een belangrijke factor geweest zijn bij de vorming van de taalgrens. Ten slotte zijn deze beboste heuvelen duizenden jaren geleden door groepen prehistorische volkeren bewoond geweest. Om deze redenen en natuurlijk omwille van hun actuele toeristische aantrekkelijkheid werd dit pad, dat veel meer dan enkel maar de bossen aandoet, deze naam gegeven.

Wij starten de wandeling aan de Sint-Martinus-kerk. Deze beschermde kerk valt vooral op door haar vroeggotische achtkantige toren uit het begin van de 13de eeuw, maar ook door de talrijke verbouwingen: in 1743 werd het koor vergroot, terwijl een goede tien jaar later het schip van de kerk werd uitgebreid met twee zijbeuken; tevens werd het dak toen verhoogd tot boven één van de acht galmgaten. In 1758 ten slotte werd de kerk hervloerd. Nu bezit de kerk als merkwaardigheden o.a. twee wapenschilden, resp. van de abdij van Ename en van de familie Maroucx, de heren van Opbrakel in de 18de eeuw, een doopvont uit de de 15de eeuw en een orgel, in 1789 gebouwd door de beroemde orgelbouwer Lambert Van Peteghem. Het geheel wordt op verrukkelijke wijze opgesmukt door een ietwat Oostenrijks aandoend rococo-interieur.

We nemen de Sint-Martensstraat en slaan dan onmiddellijk links het smalle paadje, de Zureveldweg, in. Aan Holenbroek gekomen, volgen wij die straat rechts tot op het einde. In de verte voor ons bemerken wij hier reeds de bosgordel op de grens van Opbrakel en Vloesberg, tevens op de grens van Vlaanderen en Henegouwen. We volgen een eindje opnieuw de Sint-Martensstraat en verder slaan wij rechts af, de Sint-Lietbertusdreef in. Deze weg werd genoemd naar Sint-Lietbertus, geboren uit de adellijke familie van Brakel rond 1010 en bisschop geworden van Kamerijk-Atrecht; in die hoedanigheid stichtte en hervormde hij talrijke kloosters. Na een paar honderd meter wandelen wij over een beek; deze "Molenbeek" is één van de beken die de bovenloop van de Zwalm uitmaken. Aan de rechterzijde, op de plaats van de weide en de er nu staande witte villa, heeft een herenhof gestaan, het kasteel dat van ouds de kern van de heerlijkheid Opbrakel is geweest. In 1651 stond hier een indrukwekkend kasteel met een imposante middentoren en twee symmetrische zijvleugels en was het geheel omringd door een brede wal. Het gehele omwalde gebied, waarin eveneens een boerderij lag, had een oppervlakte van 1 ha 23a, de heren van Opbrakel hebben dit kasteel tot op het einde van het Ancien Regime steeds bewoond en alles werd in 1808 door de familie Maes van Gent opgekocht. Na het aanleggen, in 1846, van de weg naar Ronse is het gebouw in verval geraakt tot het in 1863 helemaal werd gesloopt; er is geen enkel spoor meer van over gebleven, tenzij in de straatnaam "Herenhof".

Na deze uitweiding over dit verdwenen merkwaardig gebouw vervolgen wij de Sint-Lietbertusdreef rechtdoor en komen in de Pieter Hoelmanstraat, een straat genoemd naar de landmeter die in 1651-54 met ongeloofelijke nauwkeurigheid geheel Opbrakel in kaart heeft gebracht. In dit kaartboek werden alle percelen met de namen van de eigenaars of pachters, toponiemen e.d. vermeld; het is dan ook een onschatbare bron voor de studie van Opbrakel zoals het er meer dan 300 jaar geleden uitzag.

Voorbij een oude hoeve bemerken wij opnieuw de Molenbeek langs de weg. Bij deze hoeve heeft eeuwenlang de enige watermolen, tevens de belangrijkste molen van Opbrakel gehoord. Deze ,,coorn watermeulene metten vivere ende viverdam" werd reeds in 1571 vermeld en lag in het domein van de heer. In het kaartboek van 1651 staat de molen afgebeeld met een groot rad en de molenvijver had toen een oppervlakte van ongeveer 7000 m2 In 1892 werd er een stoommachine in geplaatst, doch in 1912 werd de stoommachine van de ,,stoom- en waterkoormolen" buiten gebruik gesteld. De watermolen, met bijhorende brouwerij, is evenwel nog in werking gebleven tot kort na de tweede wereldoorlog.

Aan het eerste kruispunt gekomen slaan wij links af, de Molenbeek over en komen in de Maaistraat. Wij gaan een eindje in een soort langgerekt dal en na een fikse klim slaan wij de eerste straat rechts in, Pullem. Pullem zou de oudste plaatsnaam van Opbrakel zijn en teruggaan tot de Merovingische tijd. Van hier hebben wij een heel mooi overzicht van voornoemd dal. Verder, rechts aan de horizon, gedeeltelijk verscholen, zien wij de schoorsteen van het historische Hof-te-Wolfskerke. Deze hoeve, reeds in 1177 vermeld, heeft onder het Ancien Regime steeds toebehoord aan de machtige Benediktijnerabdij van Ename. In 1893 heeft de toenmalige eigenaar, senator Mulle de Terschueren van Gent, er met eigen personeel hypermoderne bedrijfsgebouwen laten oprichten, alsook een luxueus landhuis met echte kasteelallures. Na een lange periode van verval is het ,,Chateau Mulle" - in de volksmond Mullenskasteel - nu volledig gerestaureerd.

Aan het huis met nummer 11 slaan wij links af en volgen een veldweg te midden van een kouter. Na ongeveer 200 meter komen wij op een betonweg de Steenpaal. De naam Steenpaal bestond zeker reeds in de 16de eeuw; hiermee duidde men de hier gelegen velden aan. De benaming Steenpaal komt van een, grote zware ijzerzandsteen die de kouter verdeelde. Bemerk ook de lichte welving in de akker een paar tientallen meter naar links: van 1757 tot 1913 heeft er een houten windmolen gestaan. Vanop deze weg is het zicht op het hoger genoemde kasteel beter. Wij volgen verder de Steenpaal rechts richting Brakelbos.

De Steenpaal eindigt op een vijfsprong; we gaan de Laaistok, schuin rechts voor ons in en dalen naar het Brakelbos af (het eerste bos complex). Wij vervolgen de Laaistok en komen aan de Sassegembeek. Deze beek, soms beschouwd als de oorsprong van de Zwalm, ontspringt juist over de provinciegrens in D'Hoppe en heeft haar naam ontleend aan de 19de eeuwse eigenaar van het Brakelbos en het Hof-ten-Bossche, nl. de rijke Gentse burger Thadée van Saceghem.

Eventjes voorbij deze beek hebben wij aan onze rechterkant een open kouter en zien wij in de achtergrond het Hof-ten-Bossche. Samen met het Herenhof is deze hoeve de oudste exploitatiekern van Opbrakel; beide behoorden trouwens aanvankelijk toe aan de familie van Brakel. In de 18de eeuw is deze hoeve van ongeveer 50 ha. eigendom geweest van de familie Falligan van Gent, die aan de Kouter het prachtige ,,Hotel Falligan" heeft laten optrekken.

Wij nemen links de eerste weg naar het Brakelbos en komen weldra in een brede dreef. Wij gaan opnieuw over de Sassegembeek en dan wandelen wij midden in het bos tot aan het eerste kruispunt -van dreven-, waar wij links afslaan. (Wij blijven op de wegen !). Zoals de naam het zegt, heeft het Brakelbos steeds deel uitgemaakt van de heerlijkheid Opbrakel en dus van het graafschap Vlaanderen. In 1653 bereikte de beboste oppervlakte in deze zuidwestelijke hoek van Opbrakel een totale oppervlakte van ruim 71 ha. tegenover ca. 53 ha. op de huidige dag. In 1951 is het O.C.M.W. van Oudenaarde erin geslaagd het hele Brakelbos aan te kopen en in 1976 werd het als wandeloord voor het publiek opengesteld. De meest voorkomende boomsoort is de beuk met als gevolg het ontbreken van onderbegroeiing. Het bos is op zijn mooist tijdens de lente, wanneer de wilde hyacint massaal in bloei staat en de bodem één blauw tapijt is, afgewisseld met groepjes witte bosanemonen. Verder is het bos bronrijk, wat een bronbosvegetatie geeft die echter bijzonder kwetsbaar is.

Waar we het bos verlaten - aan de eigenlijke ingang ervan - staat een informatiepaneel voor de bezoekers van dit wandeloord. Voorbij een kapelletje wandelen wij de Brakelbosstraat in. Bemerk aan de gevel van de bijgebouwen van de eerste woning op de linkerkant het houten plakkaat met opschrift ,,De Sergent": tot voor de laatste wereldoorlog stond hier de zeer bekende afspanning "A la Chasse Royale, Au Sergent", druk bezocht door de toeristen. De geschiedenis herhaalt zich want in de weekends is het hier zeer druk, (misschien wel te druk!) zelfs zonder de afspanning.

Na een korte klim, dalen wij nu langzaam via de Brakelbosstraat terug naar het dorp van Opbrakel en komen in de Leinstraat die een stuk is van de oude Romeinse heirbaan van Bavai naar Gent. Enkele honderden meter verder staat aan de linkerkant het in een vierkant opgetrokken Hof-te-Fransbeke. Tot in de 18de eeuw stond deze hoeve oorspronkelijk bij de Dorenbosbeek en de Lange Haag, te midden van de landerijen. Het is eeuwenlang één van de grote pachthoeven van Opbrakel geweest. In het woonhuis bevindt zich een goed bewaarde Vlaamse schouw.

Juist voorbij deze hoeve slaan wij rechts het straatje Fransbeke in en volgen dit pad verder (het wordt aardeweg). Aan de weg Tenbergen gekomen volgen wij die rechts naar beneden. Aan de linkerkant bemerken wij, te midden van de velden gelegen, een andere historische hoeve, nl. het Hof-ter-Bruggen. Ook dit pachthof dat onder het Ancien Regime als leen afhing van de hoofdheerlijkheid Opbrakel, heeft overwegend toebehoord aan edellieden en rijke burgers die meestal in Gent woonden.

Wij vervolgen onze weg over de Dorenbosbeek (hier woonde eertijds Pieter Hoelman) en ongeveer 50 meter verder slaan wij links de Livierenstraat in. Wij wandelen onder de voormalige spoorlijn Aalst-Zottegem-Ronse door en wat verder, aan een oud kapelletje, nemen wij de Wallekouter aan de linkerkant. We doorkruisen hier een mooie kouter; rechts van ons ligt het Livierenbos (het tweede boscomplex). Waar nu een soort herenhuis staat stond vroeger het gekende Hof-te-Liviere een historische hoeve, zij het op Waals grondgebied. Wallekouter en Verrebeek lopen in elkaar over en zo komen wij in deze straat. Een eind verder loopt de eigenlijke Verrebeek.

Wij blijven de Verrebeekstraat volgen en merken aan onze rechterzijde de bijna volledig gerestaureerde stenen molen, indrukwekkend prijkend boven de weidse kouter. De molen dateert van 1789 op initiatief van J.B. Van Damme (pachter van het Hof-ter -Bruggen). Tijdens het Franse bewind kwam de molen in handen van de schatrijke Josse Jean Maes, officier en algemeen betaalmeester van het Franse leger in het Scheldedepartement. Via diverse tussenstappen en zwaar beschadigd kwam de molen in 1972 in het bezit van wijlen Raphaël De Moor die instandhoudingswerken uitvoerde zoals : voorlopig dak, herstel metselwerk, heropvoegen, nieuwe ondersteuningen van het gebinte. In 1978 werd de molen gerangschikt als monument en de onmiddellijke omgeving als dorpsgezicht.

Wat verder aan de linkerkant komen wij voorbij de "Oude pastorij", opgetrokken vlak tegen de Dorenbosbeek. In 1653 was de "kuerren hofstede" een eenvoudig huis met een duifhuis onder het dak; de pastoor in die tijd was een verwoed duivenliefhebber. Het huis was eertijds omringd door een wal. In de Franse tijd kwam de pastorie in handen van de gemeente tot 1835. Deze woning is één van de oudste uit de gehele omgeving.

Wij wandelen tenslotte via de Sint-Franciscusstraat tot aan de startplaats: de kerk.

Opbrakel is zonder twijfel éen van de parels van de Vlaamse Ardennen !