Ronse - Stadswandeling
Route uitgegeven door Dienst Toerisme Ronse
- Parkeergelegenheid : op de grote Markt te Ronse (parkeerautomaat !)
- Afstand : 3 km
- Parcours : Verhard, goed bewandelbaar bij alle weersomstandigheden.
- Bewegwijzering : geen
- Topografische kaart : 29/7-8 (1/20000).
Wegomschrijving
Het hart van deze nijvere stad, de Grote Markt, wordt beheerst door een fonteinobelisk, opgetrokken in de jaren 1815-16 onder het bewind van Willem I. Het geheel opgetrokken in arduin heeft een totale hoogte van 12 m. Thans prijkt boven op de obelisk het stadswapen, een tweekoppige habsburgse arend. Ronse hing van 825 tot 1250 als leengoed af van de abdij van Inde bij Aken, behoorde onder het oud-regime tot het land van Aalst en maakte als zodanig deel uit van Rijks-Vlaanderen. Het stadhuis, volledig heropgebouwd in de jaren 1950-53, vervangt het oorspronkelijke classisistische gebouw uit de vroege 19e eeuw. De conceptie is modern en het gebouw werd opgetrokken uit dure bouwstoffen. Het stadhuis bevat een belangrijke verzameling kunstwerken, deels uit eigen streek, deels van kunstenaars met beroemde namen zoals Permeke e.a.
We wandelen door de Zuidstraat en komen voorbij de Academie voor Artistieke Vorming, gesticht in 1867 (reeds in 1938 tot Muziekacademie gepromoveerd). Iets verder staat de St.-Martinuskerk, dagtekenend uit 1896, opgetrokken in neo-gotische stijl. We stappen via het De Malanderplein naar de Joseph Ferrantstraat. Via de Ijzerstraat bereiken we het Winston Churchillplein. Links bevindt zich het station. Het gebouw stond eerst te Brugge, werd daar steen voor steen afgebroken en naar Ronse overgebracht waar het opnieuw werd opgetrokken. Voor het stationsgebouw, midden in een fontein omzoomd door een kleurrijk bloemperk, staat zwierig het Bommelsbeeld, creatie van onze locale beeldhouwer Florent Devos. Het beeld is het symbool van de Bommelsfeesten of de Zotte Maandag, het prachtigste volksfeest van België dat ieder jaar plaatsheeft tijdens het weekend van de eerste Maandag na Driekoningen. Maar zetten we eerst onze wandeling door het centrum voort.
Via de Stationsstraat, het Rooseveltplein en de St.-Martensstraat bereiken we de oude St.-Martinustoren. De toren heeft een hooggeprezen bouwkundige waarde : op de vierkante met hoekzuilen versierde romp rust een achtkantig bovendeel, omzoomd door een kroonlijst met spitsbogen. Voorbij de St.-Martinustoren wandelen we in het Albertplantsoen onder de kruinen van eeuwenoude bomen. Het oorlogskenteken 14-18, "de Bluten Pompier" genaamd in de volksmond en ontworpen door de bouwmeester G. Vaerenwijck en beeldhouwer Signa, pronkt in het midden van het plantsoen.
Voor ons bevindt zich de monumentale St.-Hermeskerk. Ze vormt het hart van de oude stad. Als collegiale kerk was zij van in de Middeleeuwen een bedevaartsoord voor geesteszieken, die St.-Hermes om genezing kwamen bidden. Uit de verering voor de heilige is de Fiertel ontstaan, een ommegang van 32 km rond de stad op Drievuldigheidszondag (Zondag na Pinksteren). Het beeld van de Belleman verwijst ernaar. De westertoren uit de XVe eeuw bevat een beiaard met 49 klokken. Onder de kerk kan men een grootse crypte bezoeken met een harmonische mengeling van oorspronkelijke romaanse gedeelten (1089), een vroeggotische restauratie (1267) en een laatgotische vergroting en ombouw (1517-18). De ingang van deze crypte ligt aan de kant van het voormalige kloosterpand met tuin en de grondvesten van de Romaanse St.-Pieterskerk (+/- 1100 tot 1841). De opgravingen van 1947-49 lieten toe de grondvesten met drie absiden bloot te leggen en gedeeltelijk her op te bouwen.
Begeven we ons nu naar het Bruulpark. Vooraan prijkt het beeld van Priester Glorieux die zich eind vorige eeuw zeer nauw het lot aantrok van de armen en de niet-geschoolden. Daarachter ligt de tuin met vijver van het Stedelijk Museum voor Folklore en Regionale Geschiedenis, ondergebracht in een prachtig 18e eeuw herenhuis waar in 1826 de schilder-beeldhouwer Victor Van Hove werd geboren. Ook het textielmuseum, ondergebracht in een leegstaande textielfabriek boogt op een interessante en visuele manier terug op het socio-economisch verleden van onze textielstad. Bij het verlaten van de musea vinden we vlak bij de prachtige rode beuk het oorlogsmonument 1940-45 "De Lente", gebeeldhouwd door J. Cantré. hierachter herkennen we nog de middeleeuwse driehoekige Bruul met zijn talrijke paardekastanjes.
We verlaten deze "dries" en "bleekweiden" door langs de vijver tussen de biblioteek en de Hoge Mote door te stappen. De Stedelijke Openbare Bibilioteek werd gebouwd in 1965 en in 1995 verruimd. Ze is toonaagevend in Vlaanderen en stond steeds vooraan bij de invoering van muziekplaten, diareeksen en videobanden. Rechts zien we de Hoge Mote. Ze is de enige bewaarde van de negen moten (omwalde herenhuizen) die de noordelijke verdedigingsgordel van de stad.vormden en deed vroeger dienst als kanunnikenhuis. De ingangspoort is van 1696, doch de site was reeds bebouwd in de 12e eeuw. Nu biedt ze onderdak aan de toeristische dienst en de burelen van de stedelijke musea.
Aan de overkant ligt het Mouroitplein, waarin het bekende beeldhouwwerk "Huiselijke Zorgen" van Rik Wauters een prachtige plaats vond. Van hieruit bereiken we terug ons vertrekpunt, de Grote Markt.