Duik eens in een poel activiteit 10: waterplanten
Water vormt een heel speciaal leefmilieu. Planten die in water leven zijn dan ook helemaal aan dat water aangepast.
|
even opfrissen |
Algemeen
- Alle panten, of ze nu op land of in water leven, hebben dezelfde essentiële noden: ademen, zich voeden en zich voortplanten. Daarom moeten ze zich aanpassen aan hun leefomgeving.
- Bij de waterplanten onderscheiden we volgende soorten:
- planten met hun voet in het water en het bovenste gedeelte (stengel, bladeren) blootgesteld aan de lucht (vb: Riet).
- planten die met hun wortels in de bodem van de poel staan en drijvende bladeren hebben (vb: Waterlelie)
- Planten die volledig onder water zitten en met hun wortels verankerd zijn in de bodem (vb: Sterrenkroos)
- Planten die aan de oppervlakte drijven en niet verankerd zijn in de bodem (vb: Eendenkroos)
- Voor deze activiteit richten we onze aandacht op de planten die volledig onder water groeien in stilstaande waters, en we nemen als voorbeeld Sterrenkroos. We kiezen Sterrenkroos omdat het één van de meest voorkomende inheemse waterplanten is in onze poelen. Ook andere waterplanten komen in aanmerking, zoals Vederkruid of Waterpest.
![]() |
![]() |
![]() |
Doelstellingen
- Aantonen dat bepaalde fysische eigenschappen van het water ten volle benut worden door de waterflora
- het concept van aanpassing ontdekken
- De leerlingen duidelijk maken dat in vele gevallen de natuurlijke levensvormen zich noodgedwongen hebben aangepast aan de omgeving, en niet het resultaat zijn van puur toeval.
Benodigdheden
- Natuurgidsen om wilde planten te herkennen
- Verschillende glazen bokalen met waterdicht deksel
|
Werkwijze
|
De stengels Planten die aan land leven ontwikkelen harde, rechte stengels om hun groei te verzekeren. Tegelijkertijd blijven ze voldoende buigzaam om aan windstoten te kunnen weerstaan. De waterplanten daarentegen gebruiken de dichtheid van het water als steun om recht te blijven. Dat verklaart de soepelheid van hun stengels. |
|
Opmerking |




