Duik eens in een poel activiteit 10: waterplanten

Water vormt een heel speciaal leefmilieu. Planten die in water leven zijn dan ook helemaal aan dat water aangepast.

even opfrissen
Wortels dienen om de plant in de bodem vast te zetten en water en minerale zouten uit de grond te putten om de groei van de plant te verzekeren.
De stengel zorgt voor de doorstroming van zuurstof, water en voedingsstoffen tussen wortels en bladeren.
De bladeren gebruiken de energie van de zon om met water (via de wortels aangevoerd) en de CO2 uit de lucht suikers en zuurstof te produceren (fotosynthese). Die suikers zorgen ervoor dat de plant naar behoren kan functioneren.
De bloemen zijn de voortplantingsorganen: eenmaal bevrucht via wind, water, vogels, insecten, e.a. maken ze de zaadjes aan die het voortbestaan van een soort veilig stellen.

 

Algemeen

  • Alle panten, of ze nu op land of in water leven, hebben dezelfde essentiële noden: ademen, zich voeden en zich voortplanten. Daarom moeten ze zich aanpassen aan hun leefomgeving.
  • Bij de waterplanten onderscheiden we volgende soorten:
    • planten met hun voet in het water en het bovenste gedeelte (stengel, bladeren) blootgesteld aan de lucht (vb: Riet).
    • planten die met hun wortels in de bodem van de poel staan en drijvende bladeren hebben (vb: Waterlelie)
    • Planten die volledig onder water zitten en met hun wortels verankerd zijn in de bodem (vb: Sterrenkroos)
    • Planten die aan de oppervlakte drijven en niet verankerd zijn in de bodem (vb: Eendenkroos)
  • Voor deze activiteit richten we onze aandacht op de planten die volledig onder water groeien in stilstaande waters, en we nemen als voorbeeld Sterrenkroos. We kiezen Sterrenkroos omdat het één van de meest voorkomende inheemse waterplanten is in onze poelen. Ook andere waterplanten komen in aanmerking, zoals Vederkruid of Waterpest.

 

Doelstellingen

  • Aantonen dat bepaalde fysische eigenschappen van het water ten volle benut worden door de waterflora
  • het concept van aanpassing ontdekken
  • De leerlingen duidelijk maken dat in vele gevallen de natuurlijke levensvormen zich noodgedwongen hebben aangepast aan de omgeving, en niet het resultaat zijn van puur toeval.

Benodigdheden

  • Natuurgidsen om wilde planten te herkennen
  • Verschillende glazen bokalen met waterdicht deksel

Werkwijze

  • Begeef je met de klas naar de gekozen poel. Neem verschillende monsters van sterrenkroos (ongeveer 30cm lang) of een andere ondergedoken plantensoort, en plaats ze in een waterdichte bokaal gevuld met water.
  • Pluk op de terugweg enkele kruidachtige planten die iedereen kent, zoals boterblomen of schermbloemigen. Bij het verzamelen letten we erop dat de plant vanaf de basis geplukt wordt.
  • Neem in de ene hand een waterplant en in de andere hand een plant die aan land leeft. Neem ze vast onderaan de stengel en laat ze duidelijk aan de klas zien. Wijs op het verschil in groeiwijze en stevigheid van beide planten. Laat de leerlingen ook zelf de planten vasthouden.
  • Wijs hen er op hoe gemakkelijk het is om een vriendje op te heffen in het zwembad

De stengels

Planten die aan land leven ontwikkelen harde, rechte stengels om hun groei te verzekeren. Tegelijkertijd blijven ze voldoende buigzaam om aan windstoten te kunnen weerstaan. De waterplanten daarentegen gebruiken de dichtheid van het water als steun om recht te blijven. Dat verklaart de soepelheid van hun stengels.

Opmerking
Het is interessant duidelijk te maken dat een deel van de waterplanten volledig onder water kan leven, maar dat een ander belangrijk deel zijn bloemen aan de lucht moet blootstellen om bevrucht te worden. In dat laatste geval hebben ze harde bloemstengels om recht te kunnen staan boven water.

 



je vindt de recentste
versie op

www.rlva.be

10

teksten overgenomen met
toestemming van WWF

www.wwf.be

duik in
een poel