Mijnwerkerspad (Zottegem-Brakel) met natuurgebied 'MIDDENLOOP ZWALM'


Het mijnwerkerspad is een autovrij wandel- en fietspad op vroegere spoorwegbedding Zottegem-Brakel. In totaal is het zes kilometer lang. De bermen en taluds langs het pad herbergen veel planten- en diersoorten.

Het mijnwerkerspad is een wandel- en fietsroute op de bedding van de vroegere spoorlijn 82, de oude mijnwerkersspoorlijn naar het Henegouwse steenkoolmijngebied. In 1963 werd de, toen amper nog gebruikte lijn, afgeschaft. In 1978 werd het traject tot 'recreatieve wegenis' omgevormd. Het voert doorheen het typisch heuvelend Vlaamse Ardennen landschap met over korte afstanden uitgesproken reliëfverschillen met het bijhorend kleinschalig landschap met bomen- en knotwilgenrijen. Het zes km lange traject loopt gedeeltelijk over Zottegem (2km), Zwalm (250m) en Brakel (4 km). Over deze zes kilometer gespreid is er een niveauverschil tussen 90 en 30 meter boven de zeespiegel. De bermen en taluds vormen voor veel planten- en diersoorten een bijzonder geschikt leefmilieu. De afwisseling van greppels, bolle (droge) delen en holle (natte) delen, zonnige en beschaduwde stukken zorgen voor een grote variatie.

De oude spoorlijn snijdt als het ware loodrecht op deze verschillende milieus in, waardoor ze elkaar snel opvolgen tijdens de wandeling. De combinatie van deze verschillende milieufactoren zorgt telkens voor een karakteristieke begroeiing, en bijhorende fauna. Op de drogere zonbeschenen plaatsen vind je 'gewonere' soorten zoals Boerewormkruid, Vogelwikke, Veldlathyrus, Wilgeroosje, maar ook Jacobkruiskruid, Vlasleeuwebekje,… Op de nattere stukken : Fluitekruid, Smeerwortel, Kruipende boterbloem, Moerasspirea, Valeriaan, Koninginnekruid,… In de houtkanten zelf staan tussen de Sleedoorn, Gewone es, Wilg, Meidoorn, Zomereik, Vlier en andere struiken heel wat kruiden : Speenkruid, Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Gevlekte aronskelk, Dagkoekoeksbloem,…

Geelgors, Tuinfluiter, Zwartkop, Bosrietzanger en Sperwer vinden hier een nestplaats. Zoogdieren, reptielen en amfibieën als Egel, Bruine kikker, Levendbarende hagedis, Wezel, Hermelijn en Bunzing kan je hier ook aantreffen. De Wijngaardslak vindt hier, dankzij het bij de aanleg van de spoorlijn aangevoerde bodem-materiaal, voldoende kalk om haar huisje mee te bouwen. Om de huidige structuur van het Mijnwerkerspad te behouden worden de bermen gemaaid en worden de houtkanten met een omlooptijd van enkele jaren gekapt.

Het Mijnwerkerspad volgt grotendeels de bedding van de Zwalm. In de steile valleiflank zijn een aantal bronnen aanwezig die via een zijbeekje in de Zwalm terecht komen. Bij de bronnen zijn er dikwijls kleine woonkernen gesitueerd, met daarrond grasland, en op de minder steile stukken akkerland. De valleien zelf zijn vlakker, maar ook vrij nat (komgronden). Natte hooilanden en populierenbossen zijn dan ook kenmerkend voor dit deel van de Zwalmvallei. Er bevinden zich drie grote reservaatkernen in dit gebied: het Vossenhol, de Boterhoek en het Jansveld. De Boterhoek ligt op het grondgebied van Michelbeke (Zwalm). Het is een verzameling van afzonderlijke perceeltjes, vooral vochtige hooilanden. Deze hooilandjes worden afgewisseld met vochtige bossen met een rijke voorjaarsflora. Ook het Jansveld is een combinatie van bosjes en drassige weilanden. Populieren en knotwilgen zijn momenteel de belangrijkste bomen, maar ook Zwarte els en Gewone es zijn talrijk aanwezig. In dit drassig bos komen Gevlekt longkruid, Moerasspirea, Gele lis, Penningkruid, Bitterzoet en Wolfspoot voor. In de twee grootste weiden wordt beheer uitgevoerd in functie van de lente- en zomerbloeiers (geen bemesting, maaien en hooien na bloei en zaadzetting). In het beekbegeleidend kasteelbos zijn heel wat zeldzame planten te vinden : Eenbes, Bosroos, Keverorchis, Bergereprijs, Gele dovenetel, Veelbloemige salomonszegel, Muskuskruid, Gevlekte aronskelk, Paarse schubwortel. In het gebied vinden Torenvalk, Steenuil, Waterhoen, Wilde eend, Kramsvogel en Geelgors een broedplaats. Haas, Wezel en Vos zijn soms te zien.
Het Vossenhol en het Kloosterbos liggen op het grondgebied van Sint Maria Oudenhove. Het Vossenhol is een reservaat met voedselarm grasland en hakhoutbos (het ligt op arme Paniseliaangrond) . In dit kleine reservaat vinden we een uitzonderlijke situatie : een dikke rijke leemlaag, maar niettemin weinig bemeste graslanden met een uitzonderlijke bloemenrijkdom. Valse salie, Mannetjesereprijs, Guldenroede, Gevlekte orchis, Blauwe knoop,… trekken talrijke vlinders aan (Atalanta, Bruin zandoogje, Bont zandoogje, Argusvlinder, Geelsprietdikkopje, Kleine vuurvlinder,…). De aanwezigheid van het gevarieerd hakhoutbosje met o.a. Sporkehout, Berk, Linde, Zomereik en Gewone es biedt dan weer mogelijkheden aan vogels en zoogdieren. Aansluitend aan het Vossenhol bevindt zich het Kloosterbos (12ha), sinds 1978 eigendom van Gemeente Zottegem en beheerd door Bos en Groen. Het is een lang en smalgerekt bos op een noord-west gerichte helling (zandleem en kleigrond, met bronvorming). Oorspronkelijk was dit een waardevol eiken-beukenbos, maar helaas werden die voor 60% vervangen door populier, waardoor de oorspronkelijke bronvegetatie (o.a. Goudveil) verdrongen wordt door Brandnetel. Er zijn drie zones te onderscheiden: het zuidelijke deel (4ha) is nog een restant van het vroegere eiken-beukenbos, waar de beuken nu de bovenhand krijgen en stilaan de eiken verdringen. Het centrale deel (2ha) is een jong populierenbestand met ondergroei van Abeel, Tamme kastanje, Hazelaar, Lijsterbes en Haagbeuk. Aan de rand vind je Gewone es en Zwarte els. In het noordelijke deel (6ha) wordt het oudere populierenbestand geleidelijk vervangen met Zomereik en Linde en Gewone es.