Kleine Landschaps Elementen

Een ander belangrijk natuurkenmerk van onze Vlaamse Ardennen zijn de zogenaamde kleine landschapselementen. Tegenwoordig en niet geheel onterecht schrijft men Kleine Landschapselementen (KLE). Dit is een verzamelnaam voor haagkanten, kleine bosschages, holle wegen, poelen, eenzame bomen, taluds, knotbomenrijen, enz. En daar zijn onze Vlaamse Ardennen gelukkig wel nog rijk aan. Van oorsprong hadden ze allemaal een functioneel doel. Haagkanten waren de voorlopers van de schrikdraad en dienden het vee in de weilanden te houden; poelen waren niets meer dan veedrinkplaatsen; eenzame bomen dienden vaak als perceelsgrens; boschages brachten geriefhout op en knotbomen brachten schaduw voor het vee en ontwaterde de natte weilanden.

Maar die Kleine Landschapselementen waren weliswaar onbedoeld meer dan dat: ze waren ooit een rijke bron aan natuurlijk leven. Ook vandaag zijn ze dat nog meer dan ooit; ze zijn immers stapstenen geworden voor veel soorten in de natuur. Het cultuurlandschap van vandaag is immers niet meer geschikt voor veel soorten om te kunnen migreren van het ene geschikte voedsel- of rustgebied naar het andere. Daar bieden die Kleine Landschapselementen uitkomst. Je kan het trouwens makkelijk zien als je maar oplet. Ga eens kijken en je zal merken dat er nergens meer vlinders te vinden zijn behalve dan in de buurt van een bosrand of een haagkant. Idem dito met een aantal eerder zeldzame planten, en dus ook met andere diersoorten zoals roofzoogdieren of insecten. De egel is hiervan een mooi voorbeeld. Of kijk naar poelen. Een goed uitgebouwd net van poelen biedt salamanders Kamsalamander en kikkers nog voldoende kansen om op termijn in een gebied te overleven. En juist het netwerk is van belang. Een poel kan wel tijdelijk een populatie laten overleven, maar één rampscenario kan het einde betekenen. Vandaar het grote belang van het Poelenproject van ons Regionaal Landschap voor een zeldzame soort als de Kamsalamander, die met zijn 15 tot 18 cm en zijn spectaculaire rugkam in het paarseizoen meer dan de moeite van het beschermen waard is. Die poelen bieden trouwens ook een heel spectrum van moerasplanten nog een laatste houvast: waar vind je nog grote moerasgebieden ? Misschien is het geheel nog het duidelijkst te kaderen aan de hand van holle wegen. Dit zijn vaak eeuwenoude restanten van boswegen, die door de betreding gaan uitspoelen zijn, zodat ze hun hedendaags profiel gekregen hebben. Op de steile wegkanten vindt men niet alleen bomen en struiken, die erosie moeten voorkomen van de aanpalende akkers, maar heel vaak vindt men er nog boeiende restanten van de oude bosflora met soorten als Boshyacint, Bosanemoon, Daslook, Speenkruid e.d. Dat ze aldus een verbindingsfunktie hebben, niet alleen voor de planten zelf maar ook voor de bijhorende insekten is wel heel duidelijk.

Aansluitend hierbij vermelden we nogmaals de taluds, die als het ware uit de helft van zo'n holle weg bestaan en minstens even belangrijk zijn als verbindingslijn of als toevluchtsoord. Op vele schilderijen zijn ze bovendien als landschapselement dankbaar vereeuwigd.

Maar wat is er ten slotte typischer dan de knotbomenrijen voor ons landschap. Vandaag zijn ze vooral beperkt tot knotwilgen, maar historisch was dat anders. Wilgen in knotbomenrijen hebben vooral een ontwaterende functie, maar in het verleden waren er ook vele rijen van knotbomen van Cewone es, Zwarte els en Zomereik, waarvan het hout andere toepassingen kende. Het is misschien nuttig om te denken aan deze soorten als men een nieuwe knotbomenrij wil inpassen in het landschap. Hoe dan ook, die knotbomenrijen waren en zijn niet alleen landschappelijk mooi, ze herbergen heel wat leven. Kenmerkend voor knotbomen zijn immers de gaten erin, die enkele typische broedvogels een nestplaats bieden. Misschien wel het symbool van het weidelandschap met knot is de Steenuil, die op Europees niveau helemaal niet goed scoort, maar in de Vlaamse Ardennen zijn hoogste dichtheden bereikt. Een andere, maar ondertussen zeldzaam geworden soort van nestgaten in knotbomen, is de fraaie Gekraagde roodstaart, een donker vogeltje met een mooie rode staart, die vooral in de lucht opvalt.

Maar het hoeft niet altijd speciaal te zijn. Ook gewone soorten zoals Pimpel- en Koolmees, Holenduif en Ringmus vinden in knotbomen hun ideale leefgebied. Ook deze laatste soort krijgt het samen met andere akkerbewoners erg lastig. De grote groepen op de stoppelvelden van pakweg tien jaar geleden zijn verdwenen.

Het mag duidelijk zijn dat de Kleine Landschapselementen van groot belang zijn voor onze hedendaagse natuur, ook en vooral in de Vlaamse Ardennen. En hoewel ze in de vorige decennia hun economisch doel veloren hebben en dan ook vaak verdwenen zijn, krijgen ze vandaag weer de aandacht die ze verdienen. Ze zijn immers niet alleen belangrijk voor veel soorten en dieren, ze zijn vooral ook landschappelijk waardevol. En meer nog, ze vormen misschien wel de échte kern van het landschap dat tenslotte het onze is: de Vlaamse Ardennen.