De Kerkuil (Tyto Alba)

 

Van oorsprong is de Kerkuil een rotsbewoner maar doordat de mens kerken, kastelen en schuren ging optrekken, vond hij ook daar onderdak. In nagenoeg elke kerk woonde vroeger een koppel kerkuilen.

De Kerkuil is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde heeft een goudbruine tot grijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. Maar het best is hij herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht.

Op de broedplaats brengt de Kerkuil als typische nachtroofvogel de dag door. Kerkuilen zijn zeer honkvast: een gunstige nestplaats wordt jaar na jaar opnieuw bezet. De Kerkuil heeft voor zijn jacht open terrein nodig. Een kleinschalig cultuurlandschap met veel hagen, knotwilgenrijen, holle wegen en ruige hoekjes vormt zijn geliefd biotoop. Hij voedt zich voornamelijk met spits-, bos- en woelmuizen, maar soms ook met vogels (vooral Huismus en Spreeuw). Vandaar dat oude voorraadschuren dikwijls uilengaten bezitten, waarlangs (Kerk)uilen kunnen binnenvliegen om muizen in de graanvoorraden te verschalken.

De voortplanting is sterk afhankelijk van het voedselaanbod. Normaal baltsen Kerkuilen in het vroege voorjaar. De gevormde koppels blijvenelkaar meestal voor de rest van hun leven trouw.

Op de broedplaats brengt de Kerkuil als typische nachtroofvogel de dag door. Kerkuilen zijn zeer honkvast: een gunstige nestplaats wordt jaar na jaar opnieuw bezet. De Kerkuil heeft voor zijn jacht open terrein nodig. Een kleinschalig cultuurlandschap met veel hagen, knotwilgenrijen, holle wegen en ruige hoekjes vormt zijn geliefd biotoop. Hij voedt zich voornamelijk met spits-, bos- en woelmuizen, maar soms ook met vogels (vooral Huismus en Spreeuw). Vandaar dat oude voorraadschuren dikwijls uilengaten bezitten, waarlangs (Kerk)uilen kunnen binnenvliegen om muizen in de graanvoorraden te verschalken.

De voortplanting is sterk afhankelijk van het voedselaanbod. Normaal baltsen Kerkuilen in het vroege voorjaar. De gevormde koppels blijven elkaar meestal voor de rest van hun leven trouw.

In het nest worden 4 tot 7 eieren gelegd. Na ongeveer 60 dagen kunnen de jongen uitvliegen, hoewel ze dan nog steeds door de ouders gevoed worden. Vier weken later zijn zij geheel zelfstandig.

Tegenwoordig gaat het niet zo goed meer met de Kerkuil: in verschillende landen staat hij op de 'Rode lijst' van bedreigde diersoorten en zoals alle roofvogels is ook de Kerkuil in ons land beschermd. Oorzaken van achteruitgang zijn vooral:

  • Verlies en waardevermindering van de biotopen

    Intensievere landbouw, grootschalige ruilverkavelingen en vooral het verdwijnen van de typische kleinschalige landschapselementen maken het voor de Kerkuil moeilijk om voedsel te vinden.

  • Verlies aan geschikte, rustige broedplaatsen

    De meeste kerktorens en andere ideale nestplaatsen zijn afgesloten met gaas om verwilderde duiven te weren. De klassieke open schuren verdwijnen om plaats te maken voor gesloten loodsen.

  • Hogere sterfte door het verkeer

    Kerkuilen jagen vooral langs de muizenrijke wegbermen en vliegen bij de jacht op heel lage hoogte, waardoor ze op een dag gegrepen worden door het moordend verkeer.

    Wil je de Kerkuil aan het werk zien, dan moet je natuurlijk 's nachts op stap. Je kan blazende uilen tot een kilometer ver horen. Braakballen wijzen ook op de aanwezigheid van uilen. Een (kerk)uil verslindt zijn prooi met huid en haar en braakt achteraf alle beentjes en haartjes in de vomr van een bal. Zin in een uilenwandeling ? Neem gerust contact op en we helpen je verder.

    Door het plaatsen van kerkuilnestkasten en het aanplanten van streekeigen groen (leefplaats voor de prooidieren van de kerkuil) poogt RLVA deze dieren te helpen. Dit project van RLVA werd bekroond met een Ford Motor Company Environmental Award.

  •