Hagen, heggen en houtkanten

een sleedoornheg in LierdeDe Vlaamse Ardennen hebben karakter! Dat is mede te danken aan de vele kleine hagen, heggen, knotbomen, poelen,… die het landschap sieren.

 

Deze kleine landschapselementen zijn nauw verbonden met menselijke activiteiten. Jaarlijks geschoren hagen vind je in vrijwel elke tuin. Vroeger werden ook heel veel percelen in landbouwgebied afgesloten door meidoornhagen. Heggen kunnen een paar jaar vrij uitgroeien, om daarna stevig te worden gekapt. In onze streek is de kaphaag daar een mooi voorbeeld van. Geschoren doornhagen vormden tot voor de Tweede Wereldoorlog dé methode om weiden en akkers af te schermen: ze hielden het vee binnen het weiland en uit de akkers. Zo’n ‘weerhagen’ werden bijna altijd met éénstijlige meidoorn aangeplant, al kwamen andere haagsoorten er vaak spontaan in terecht.

 

De schaalvergroting in de landbouw en vooral de opkomst van prikkel- en schrikdraad verdrong deze levende omheiningen. Daarmee kwam ook hun ecologische functie in het gedrang. Heel wat planten- en dierensoorten vinden een toevluchtsoord in een haag of liever nog in een dichte heg: vogels vinden nestgelegenheid, bosplanten overleven er, tal van kleine diertjes vinden er een schuilplaats en dienen op hun beurt als voedsel voor vogels en kleine zoogdieren. Daarenboven vormen hagen en heggen een netwerk van verbindingswegen waarlangs dieren en planten zich kunnen verplaatsen. Zo kunnen ze op zoek naar nieuwe leefgebieden en is uitwisseling met naburige populaties mogelijk.

 

Naast hun functie als veekering dienen hagen en heggen vaak ook als aanduiding van perceelsgrenzen, spelen ze een rol in de strijd tegen wind- en watererosie, vormen ze een windscherm voor fruitbomen en landbouwgewassen, en bieden ze beschutting tegen wind, neerslag en felle zon voor het vee. Overtuigd om ook zelf een haag te plaatsen? Aanplanten kan pas vanaf de late herfst tot in het vroege voorjaar. Het eerste wat je moet doen is de plaats van je haag en je soortenkeuze bepalen. Hou rekening met de wettelijke plantafstand: blijf minstens 0,42 meter van de perceelsgrens. Verder zijn voedselrijkdom en zuurtegraad van de bodem, bodemvochtigheid en lichtinval van belang bij je plantenkeuze. Laat bij twijfel je bodem analyseren. De keuze aan inheemse haagplanten is uitgebreid: éénstijlige meidoorn, haagbeuk, wilde liguster, gladde iep, hulst, taxus, beuk, veldesdoorn, sleedoorn en rode kornoelje zijn het best geschikt. Op www.bomenwijzer.be vind je alle nodige informatie over deze soorten.