Geogidsen Vlaamse Ardennen

Een trilogie voor een streek die dit geotoeristisch verdient!

Diverse auteurs en wetenschappers hebben in het verleden gepoogd om de Vlaamse Ardennen ruimtelijk en geografisch af te bakenen. Dit is echter geen makkelijke klus want de typische landschapselementen en -kenmerken deinen -zoals dit met de meeste geografische streken in Vlaanderen het geval is- uit. "streken" vloeien nu eenmaal geleidelijk in elkaar over. GEORETO baseerde zich op het werkingsgebied van het "Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen" waaronder bij aanvang van het derde millennium tien fusiegemeenten ressorteren: Brakel, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Oudenaarde, Ronse, Wortegem-Petegem en Zottegem. Het voorstel om deze regio geotoeristisch te ontsluiten en in de geogidsenreeks in te passen, ging immers uit van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen.

Een trilogie.
De Vlaamse Ardennen geotoeristisch portretteren in één enkele geogids bleek van meet af aan een schier onmogelijke opdracht. Om geen afbreuk te doen aan de vertrouwde en door de geotoerist gewaardeerde degelijkheid en grondigheid van de geogidsen, opteerden auteur en uitgever Pierre Diriken, dr. in de geografische wetenschappen, voor een gebruikersvriendelijke drie-eenheid. Het eerste deel van deze trilogie behandelt de globale ontstaansgeschiedenis van de regio. Het tweede deel belicht het landschappelijk en cultuurhistorisch patrimonium van de tien betrokken gemeenten .Het derde en laatste deel zoomt -omwille van het compact cultuurtoeristisch aanbod- nader in op de drie grootste stedelijke concentraties.

Deel 1. De ontstaansgeschiedenis van het landschap.
De eerste geogids opent een venster op de ondergrond en staat stil bij de vorming van het geologisch substraat waarin, na het wegebben van de laatste zee die de regio ooit overspoelde, water en wind een oogstrelend landschap met panoramische heuvels en diep ingesneden dalen erodeerden. Dit natuurlandschap werd na de landname geleidelijk omgebouwd tot een uniek cultuurhistorisch landschap waarin het agrarische nog steeds in sterke mate aanwezig is. Achtereenvolgens wordt aandacht geschonken aan de Preromeinse periode, de Gallo-Romeinse tijd, de vroege Middeleeuwen, het graafschap Vlaanderen tijdens de volle Middeleeuwen, de late Middeleeuwen, het Ancien Régime en de moderne tijden (19de en 20ste eeuw). Telkens zijn de gebeurtenissen die zich in de Vlaamse Ardennen afspeelden, in een ruimer geografisch en politiek-maatschappelijk perspectief geplaatst. Het chronologisch opgebouwde Deel 1 eindigt met een geotoeristische stadswandeling in Ronse waarbij de urbanistische groei en metamorfose van een alom naarstige stad-op-de-taalgrens onder impuls van de 19de-eeuwse industrialisatie centraal staan.

Deel 2. De nederzettingen.
De tweede geogids over de Vlaamse Ardennen belicht het cultuurtoeristisch en landschappelijk aanbod van die tien fusiegemeenten die het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen in de caleidoscoop van Vlaamse Landschappen gestalte geven. Hierbij worden de zeven landelijke gemeenten (Brakel, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal en Wortegem-Petegem) uitgebreider behandeld dan de drie steden (Ronse, Oudenaarde en Zottegem). Het portret van elke fusiegemeente begint met een cartografische situering, enkele rake karaktertrekken en praktische toeristische info zoals bewegwijzerde fiets- en wandelroutes, musea, evenementen van bovenlokaal belang en de coördinaten van de Stedelijke of Gemeentelijke Toeristische Diensten. Hierna worden de geotoeristische registers opengetrokken en volgt de beschrijving van het bouwkundig en landschappelijk patrimonium van de deelgemeenten. De rode draad doorheen gans deze geogids zijn de grafische portretten waarbij de gebruiker in één oogopslag een vergelijkend beeld krijgt van de oppervlakte, het inwonertal, de demografische evolutie gedurende de jongste eeuwen, het bodemgebruik en de landelijkheidsgraad van de betrokken gemeente.

Deel 3: De steden: Ronse, Oudenaarde en Zottegem.
Oudenaarde, gelegen aan de Schelde, is de historische hoofdplaats van de Vlaamse Ardennen. Ronse is een taalgrensstad met een heel bijzonder karakter dankzij een eeuwenlange traditie in de textielindustrie. Zottegem expandeerde ruimtelijk na de aanleg van het spoorwegennet vanaf het midden van de 19de eeuw en is in de eerste plaats een woonstad. Na een bondige historisch-geografische inleiding komen de grootste en voornaamste monumenten in de stadscentra -zeg maar de blikvangers- uitgebreid in beeld: vooral de eeuwenoude stadskerken en de stadhuizen treden hier op het voorplan. De verkenning van de onmiddellijke omgeving en de deelgemeenten gebeurt aan de hand van een geotoeristische wandelroute (de stadswandeling Oudenaarde) of dito fietsroutes (Oudenaarde ten westen van de Schelde, Oudenaarde ten oosten van de Schelde en Zottegem). Geotoeristisch heel bewust gekozen, verbinden spoorwegovergangen of -bruggen de vier sectoren van de landschapsroute Zottegem. GEORETO en het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen mikken met de uitgave van de geogidsentrilogie over de Vlaamse Ardennen zowel op de plaatselijke bewoners (het ontdekken en waarderen van de eigen leef- en woonomgeving) als op de cultuur- en landschapstoeristen (de kennismaking met een uniek stukje Vlaanderen). Samen met de Voerstreek, Haspengouw, het Pajottenland en het Zuid-Westvlaams Heuvelland, stofferen de Vlaamse Ardennen de vruchtbare leem- en zandleemstreek in het zuidelijk deel van Vlaanderen. Het zijn traditionele landbouwstreken waar een lange kolonisatie geschiedenis borg staat voor een gevarieerd geotoeristisch aanbod.