Hoogstamfruitbomen

Eeuwenlang bepaalden hoogstamboomgaarden het typisch uitzicht van de Vlaamse Ardennen: op het platteland was het vrij gewoon dat boerderijen, en ook een enkele particuliere woning een hoogstamboomgaard bezaten. 's Zomers werd in de schaduw van de fruitbomen gefeest, de tafels verrijkt met borden vol pruimen en kleinfruit. In het najaar volgde de oogst van voornamelijk appelen en peren, die tot diep in de winter verbruikt werden. In de jaren zestig leidde de massale aanplanting van laagstamfruitrassen tot een overproductie van fruit. Bovendien werden er subsidies uitgekeerd voor het rooien van hoogstamboomgaarden. Het eens zo mooi ogende Vlaamse landschap verloor snel een van zijn meest markante elementen: de aloude boomgaard.

Niet iedereen ervaarde die uitgekeerde subsidie en de kappingen als een meerwaarde voor economie of milieu. Na de massale rooiingen groeide in de jaren zeventig bij een aantal liefhebbers en verdedigers van de oorspronkelijke hoogstamboomgaarden (en boomgaardlandschappen) het idee om het behoud en de herwaardering van dit cultuurpatrimonium na te streven. Dit impliceerde tevens het behoud en de inventarisatie van de oude, typische fruitvariëteiten. Uit dit streven en uit liefhebberij werd de vzw nationale Boomgaardenstichting geboren. Georganiseerde lesbeurten zorgden verder voor de naambekendheid van deze vzw en al vrij vlug werd zij overstelpt met vragen over de aanplanting en het onderhoud van hoogstamboomgaarden. Het ideeëngoed verspreidde zich vrij vlug over Vlaanderen en her en der werden leden van de Boomgaardenstichting gevraagd om steun te verlenen bij plaatselijke boomplantacties. Zo gebeurde het ook in de Vlaamse Ardennen waar het Milieufront Omer Wattez (een overkoepelende milieubeweging in de streek, vroeger 'Stichting Omer Wattez') in 1986 van wal stak met een jaarlijkse Boomplantactie.

In 1994 nam het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen de fakkel over.

 

Vanaf 20 are bruikbare grond is het de overweging al meer dan waard om een hoogstamboomgaard aan te planten. De investering vereist een aanzienlijke financiële inspanning, maar als de aanplanting verzorgd wordt, volgt na enkele jaren een rijke oogst. Is de beschikbare oppervlakte kleiner, dan nog blijft het interessant om één of enkele hoogstammen aan te planten. Kiest men voor halfstammen, hou er dan rekening mee dat een wandeling in de boomgaard onmogelijk wordt door de lage kruinen. Een combinatie van hoog- en halfstam is natuurlijk ook een valabel alternatief.

Het aanplanten van een hoogstarnboomgaard levert heel wat voordelen op voor de particulier:
  • De fruitproductie komt later op gang dan bij laagstambomen maar de opbrengst is des te groter.
  • Een niet te verwaarlozen voordeel van een hoogstam is de productieperiode die tientallen jaren langer duurt dan de slechts vijftien productieve jaren van een laagstam.
  • Als toemaatje zijn er gemeentebesturen die momenteel zowel de aanplanting als het onderhoud van een hoogstamboomgaard subsidiëren.

Voor de liefhebber van gezond fruit en voor de landbouwer zijn hoogstamfruitbomen aan te bevelen. Er bestaat een ruime rassenkeuze, die zelfs verschilt van streek tot streek. Bovendien vormt een boomgaard een mooi geheel met de natuurlijke omgeving. Het is wel aangewezen om de bomen tegen vraat van vee en wild te vrijwaren door het aanbrengen van een degelijke boomkorf. Dit kan bijvoorbeeld door drie palen rond de boom in de grond te plaatsen en bovenaan met elkaar te verbinden; rond de palen wordt er prikkeldraad gespannen om het vee en wild te weren. Ook ganzen, geiten en schapen lusten de schors van een jong fruitboompje; kippen daarentegen berokkenen geen last aan de bomen. Dat hoogstammen omwille van hogere resistentie minder teeltzorgen nodig hebben, wordt door fruitkenners ten stelligste ontkend; deze stelling heeft trouwens grotendeels een historische achtergrond. Hoogstammen werden vroeger eerder uit liefde aangeplant en de verzorging was bijgevolg navenant: snoei en algemene verzorging van de fruitbomen gebeurden veel bewuster en regelmatiger. Thans worden fruitbomen doorgaans aangeplant uit liefhebberij; snoei en verzorging komen niet meer op de eerste plaats. Wenst men uit commerciële overwegingen fruit te telen, dan is een laagstamboomgaard de beste keuze. Fruitbomen aanplanten doet men echter niet impulsief; maak eerst en vooral een grondplan op van de beschikbare ruimte. Rekening houdende met de gebruikelijke plantafstanden, kan men al een idee krijgen van het mogelijke aantal te planten fruitbomen. Het plannetje zal ook altijd een geheugensteun blijven, mocht men de naam van de aangeplante variëteiten vergeten zijn. Bovendien worden kleine boompjes groot; de tijdige aanschaf van een degelijke ladder en dito snoeimateriaal is dan ook aangewezen.