De bossen van Everbeek
De Everbeekse bossen vormen een boscomplex (34 ha) in heuvelachtig gebied met bronnen en beekjes in een kleinschalige omgeving. Doorheen de bossen loopt een Groot Routepad. Her en der lopende paden geven ruim mogelijkheid tot natuurwandelingen zonder dat je daarbij op de (kwetsbare, en niet vrij toegankelijke) reservaatpercelen komt.
De Everbeekse bossen liggen grotendeels op het grondgebied
van de Brakelse deelgemeente Everbeek. Een klein deeltje ligt op grondgebied
van Opbrakel en Nederbrakel. De naam komt van de 'Beek van de Ever', wat
wijst op het historisch (opvallend talrijk?) voorkomen van Everzwijnen.
De Everbeekse bossen zijn tegenwoordig vier afzonderlijke bossen: het
Trimpontbos, het Steenbergbos, het Haeyesbos en het Parikebos.
In de vroege middeleeuwen maakten deze bossen deel uit van het grote Poodbergsebos
dat tot in Kluisbergen reikte. Het raakte echter stilaan versnipperd,
en er werd steeds meer hakhoutbeheer uitgevoerd (soorten hoofdzakelijk
Hazelaar, Berk en Eik).
In de 17e eeuw is vooral de Zwarte els hierbij sterk in trek, aangevuld
met Grauwe abeel, Gewone es en Olm.
Vanaf de 18e eeuw worden, zoals op de overige hellingbossen, vooral beuken
aangeplant.
Op de Ferrariskaart maakt het Haeysebos nog deel uit van een groot aaneengesloten
bosgebied samen met wat nu het Levierenbos (op Waals grondgebied), het
Brakelbos en het Pottelbergbos geworden is. Het Trimpontbos en het Steenbergbos
waren toen reeds enigszins versnipperd. Sommige delen van deze twee laatsten
blijken zelfs tijdelijk ontbost te zijn geweest, en zijn nu (weer?) bos
geworden. Er is echter in elk van de huidige Everbeekse bossen steeds
een kernzone 'oud bos' aanwezig gebleven. In de huidige toestand is de
beboste oppervlakte van Everbeek erg hoog als we het vergelijken met de
rest van het Regionaal Landschap. Bovendien vinden we die bossen niet
enkel terug op de sterk hellende of de zeer natte terreinen die voor de
landbouwers niet zo interessant zijn.
De verklaring hiervoor is te vinden in de unieke situatie van Everbeek.
Dit dorp met overwegend Vlaamse inwoners hoorde tot 1963 tot Henegouwen.
De inwoners hadden eerder een eilandmentaliteit, en hadden noch met Vlaanderen,
noch met Henegouwen veel contact. Bovendien was er een uitgesproken rivaliteit
tussen de inwoners van Everbeek-Boven en Everbeek-Beneden, twee woonkernen
van de gemeente. Deze combinatie van afzondering en 'interne problematiek'
heeft ervoor gezorgd dat Everbeek nooit betrokken werd in de industrialisatie,
noch van Henegouwen, noch van Vlaanderen. Het ontginnen van bossen en
kleinere veldbosjes ging niet door. Nu is dat kleinschalig en bebost landschap
de grote troef van Everbeek geworden.
De vochtige bossen verbergen een aantal bronbeken die bepalend zijn voor
flora en fauna van het gebied. In de snelstromende beken leven uiterst
zeldzame vissen zoals de Beekforel, de Rivierdonderpad en de Beekprik.
Grote delen van de bossen zijn dan ook Habitatgebied, vooral omwille van
de aanwezige vissen. Aan land vinden zeldzaamheden als Sleedoornpage,
Lederboktor,... geschikte levens-omstandigheden.
Dood hout biedt voedsel en schuilgelegenheid aan zwammen, planten en dieren
zoals Vuursalamander, Bruine kikker, Gewone pad, Alpen-watersalamander,
Kleine water-salamander, Vinpootsalamander, Hazelworm, .... Ook het vogelbestand
is zeer uitgebreid. Een "fijne selectie" : bij de dagroofvogels Buizerd,
Wespendief, Torenvalk, Boomvalk, Sperwer en Havik als broedvogel en Slechtvalk
als wintergasten.
Bij de nachtroofvogels Bosuil, Steenuil, Kerkuil en Ransuil. Verder Kleine
en Grote bonte specht, Groene specht, Geelgors, Putter, Appelvink, Gekraagde
roodstaart, Wielewaal, Boomklever,...
Ook voor de zoogdierliefhebber is dit het paradijs: Eikelmuis is er talrijk.
Je vindt regelmatig nestjes van Dwergmuis in de reservaatpercelen met
ruigtekruiden. Wezel, Hermelijn, Bunzing en Vos leven hier, en naar verluid
zelfs de Waterspitsmuis.
De Everbeekse bossen zijn een uitvalsbasis geweest voor de Vos bij de
herkolonisatie van Oost- en West Vlaanderen. Nu blijkt hetzelfde aan de
gang te zijn voor de Steenmarter.
Het beheer beperkt zich hoofdzakelijk tot 'niets doen' in
het oude bos. Op de graslanden wordt, naargelang de plaats en de potenties
van de specifieke weide, graas en/of maaibeheer toegepast.
Door hun kwetsbaarheid en vrij geringe oppervlakte is het niet echt wenselijk
om in de bossen zelf te gaan wandelen. Je kan echter een zeer mooie wandeling
in de omgeving maken langs kleine paadjes die je langs en (op paden) door
de verschillende bossen voeren.