Eiken- beukenbos
Op de leem- & zandleembodems van de heuvelkammen en vooral langs de flanken van de kammen ontwikkelden zich eiken- & beukenbossen (of, op bepaalde plaatsen, eiken-berkenbossen). Door menselijk ingrijpen is de Beuk er de meest voorkomende soort. Door het dichte bladerdek ontbreken hakhout en struiken vrijwel volledig. Tevens is de kruidenlaag er soortenarm: Hulst, Wilde hyacint, Braam en Adelaarsvaren zijn nog bij machte om er zich te manifesteren. Heel sporadisch duikt nog het Dalkruid en Witte klaverzuring op. Deze bossen zijn de leefwereld van de Grote en de Kleine bonte specht, de Fluiter, de Boomklever en enkele mezensoorten. Paddestoelen zijn zowel in aantal als in soorten vrij talrijk aanwezig. Naast deze grotere, veelal uniforme beukenbossen vinden we in de Vlaamse Ardennen heel verspreid, kleinere bosjes die dikwijls veel soortenrijker zijn: Zoete kers, es, esdoorn, Zomereik,... veelal aangevuld met Tamme kastanje en Amerikaanse eik. In de struiklaag treffen we vooral Hazelaar, Gelderse roos, Haagbeuk, Vlier en Rode kornoelje aan.Ook de kruidenlaag is veel gevarieerder dan in de grotere beukenbossen: Bosanemoon, Kleine maagdenpalm, Gevlekt longkruid, Gele dovenetel, Boszegge, Muskuskruid, Gevlekte aronskelk, Spekwortel,...