KLUIS CHART(E)R DE L'ENCLUS


Het Kluisbos,
leefbaar voor plant en dier,
voor wandelaar en handelaar.

Vier partners en één gemeenschappelijk bos: de gemeenten Kluisbergen en Mont de l'Enclus, het Parc naturel du Pays des Collines en het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen.
Het Kluisbos wordt doorsneden door de taalgrens die ook nog eens gemeentegrens, provinciegrens en gewestgrens is. De wandelaar, natuurliefhebber, mountainbiker, zonneklopper of terrasjesmens heeft daar natuurlijk geen boodschap aan. Die komt voor de rust en de kalmte, het spel van zon en schaduw tussen de bomen, de goeie lucht of om zich eens flink in zweet te lopen of te fietsen. En dat kan in alle talen, dus ook in het Frans en in het Vlaams.

Maar de ongebreidelde uitbouw van het toerisme heeft een pervers gevolg. De rust en kalmte trekt zodanig veel bezoekers aan dat er op mooie dagen niet meer kan gesproken worden van rust en kalmte. Het Kluisbos lijdt onder deze aanslagen. En het toerisme wordt slachtoffer van haar eigen succes.

De vier partners riepen in oktober 2002 drie werkgroepen in het leven: natuur en ecologie, horeca en handel, sport en ontspanning. Een vierde werkgroep kwam er op initiatief van de politie snel bij: veiligheid. Een eerste stap was het oplijsten per werkgroep van alle knelpunten. De bewoners en bezoekers konden hun mening kwijt op een vragenlijst. Bij het
samenbrengen bleek al snel dat de belangrijkste problemen tot twee grote thema's behoorden: toegankelijkheid en informatie.

Tweetalige informatie op goed onderhouden borden en wegwijzers. Recente tweetalige brochures en een gezamenlijk toeristisch kantoor moeten de service brengen waar hij hoort te zijn: bij de dagjesmensen op hun uitstap.

De toegankelijkheid van het Kluisbos heeft niet alleen te kampen met het verstoren van dieren (hazelworm en vuursalamander) en het vertrappelen van planten (wilde hyacint en slanke sleutelbloem). De duizenden toeristen moeten hun wagens ergens kwijt én hem terugvinden zonder dat er ingebroken werd. Met de verkeersveiligheid is het bij wijlen zeer slecht gesteld: waar zo veel wandelaars, fietsers, mountainbikers, ruiters, moto's en auto's elkaar in alle richtingen kruisen loopt het gegarandeerd in het honderd. Dan
is de charme van rust en kalmte ver te zoeken.

Bij de gemeenten waar een echte toeristische cultuur en traditie bestaat - denk maar aan de kustgemeenten of aan de Brugse binnenstad - zijn de knopen
van mobiliteit en toegankelijkheid al lang doorgehakt. Je komt op bepaalde dagen en uren gewoon niet met je wagen op de dijk of op andere plaatsen waar veel voetgangers zijn. Uiteindelijk tot grote tevredenheid van Horeca én van toeristen.

Sindsdien wordt langzaam maar zeker werk gemaakt van een nieuwe signalisatie en krijgen de plannen voor de uitbouw van het speelbos en de picnicplaatsen verder vorm.