Brakelbos

52 hectare, gelegen ten Noorden van de Pottelsberg en de Modderodde ("Mont de Rhode"), vormt een geheel met D'Hoppe (La Houpe). Aangeduid als zone met landschappelijk, wetenschappelijk en toeristisch-recreatief belang.

Brakelbos maakte in de volle middeleeuwen deel uit van de uitgestrekte bossengordel op de getuigenheuvels van Zuid Oost Vlaanderen, waarin roversbenden en bannelingen zich schuilhielden. In die tijd staat het dan ook bekend als een 'woud zonder einde en zonder genade'. Zo houden in de 15de eeuw de 'Groenseleters' zich hier op, af en toe de omgeving plunderend (Of zij zich hierbij vooral op sla en warmoes concentreren wordt niet vermeld). Hun activiteiten werden tot in de 18de eeuw verdergezet door de 'Egyptenaren', een al even geduchte roversbende.

De geschiedenis van deze bossen valt samen met de locale heerlijkheden en graafschappen. Het Brakelbos en het Bernaertsos behoorden tot de Heren van Opbrakel (Vlaanderen) terwijl het overige deel eigendom was van de Heren van Vloesberg (Flobecq) en aldus behoorde tot Henegouwen. Vanaf de 18e eeuw kwamen de bossen in het bezit van enkele rijke families, voornamelijk uit het Gentse, waarna uiteindelijk in 1951 het OCMW van Oudenaarde eigenaar werd. Actueel wordt het Brakelbos beheerd door Waters en Bossen. Vanaf 1976 werd het bos opengesteld voor het publiek, dit onder impuls van de Brakelse milieuvereniging "Sport en Groen".

Het huidige Brakelbos bevindt zich bovenop de Pottelberg, een getuigenheuvel. Het reliëf is dan ook navenant, met een aantal heuvelkammen doorsneden door beekjes.Het Brakelbos is hoofzakelijk een beukenbos, maar er staat ook Zomereik, Gewone es, Tamme kastanje, en Esdoorn.. Onder deze bomen met een dicht bladerdak kunnen weinig planten gedijen. Een uitzondering hierop vormt de uitgebreide voorjaarsflora van wilde hyacint, Bosanemoon, Salomonszegel, Muskuskruid,... die in de lente massaal bloeit, alleen hiervoor reeds is dit bos een bezoek waard. Beuken wortelen ondiep zodat deze boomsoort zeer gevoelig is voor lange periodes van droogte. Hierdoor is het absoluut noodzakelijk dat de wandelaar op de toegelaten wegen blijft, dit om te beletten dat de humuslaag - die de vochtigheid ophoudt - vernietigd zou worden.