Bos t'Ename

De totale oppervlakte van het gebied beslaat 180 ha. Er zijn twee boskernen, één van 46 en één van 15 ha. Tussen die boskernen liggen akkers en waardevolle hooilanden. Het landschap is in het algemeen nog zeer kleinschalig. Een deel is reservaat in eigendom van Natuurpunt. In het gebied loopt het 'Mariette Tielemans Pad': een publiek toegankelijk wandelpad dat een aantal mooie hoekjes aandoet. Het pad werd genoemd naar een botaniste die een aanzienlijk deel van haar nalatenschap aan het reservaat schonk.

Het Bos t'Ename ligt op de oostelijke valleiwand van de Schelde, op een hoogte tussen +13 en + 70 meter. Het bos heeft steeds een grote rol gespeeld in het dagelijks leven van de inwoners van Ename. De prehistorische bewoners van de vruchtbare Schelde vallei gebruikten het bos voor brandhout en timmerhout. Er was ook al enige ontginning voor graasweiden. Die graasweiden waren 'gemene gronden': gronden voor gemeenschappelijk gebruik. De bodem verarmde langzaamaan van bos tot wastine, doordat vernieuwing van de bomen door het vee werd tegengehouden.

Veel later, toen het bos eigendom was van de Abdij t'Ename, werd er echt beheer toegepast. Er werden stukken heraangeplant in functie van de houtontginning, en deze werden met doornhagen afgeschermd voor het vee op de gemene wastinegronden. In 1880, bij een hongersnood, werd bijna het volledige bos omgezet in akkers. De verschillende plantensoorten overleefden deze periode in houtkanten, om van daar uit later de herbeboste gebieden te herkoloniseren.

Het tegenwoordige Bos t'Ename is een bos dat door eeuwenlang hakhoutbeheer een enorm grote biodiversiteit kent: 40% van Vlaamse flora komt hier voor. Het bos bestaat vooral uit Elzen en Essen , hier en daar meer uit Zomereik en Haagbeuk, met verschillende stukjes bronbos.

Oorspronkelijk werd dit bos als middenhoutbos beheerd. Het is echter geëvolueerd naar een bos met gemengd hooghout. De grote helft van het Bos t'Ename bevat Zomereik, Es en Beuk. een kleiner deel is homogeen populierenbestand. Vooral in het eerste deel is er een soortenrijke struikenlaag en een zeer rijke kruidlaag (o.a. Grote keverorchis, Paarse schubwortel, Boswederik, Bergereprijs, Donkere ooievaarsbek, Echte koekoeksbloem,... Het bos met zijn dichte ondergroei is dan ook een belangrijk broedgebied voor veel vogels (Boomvalk, Bosuil, Kwartel, Boomklever, Kleine bonte specht, Grote bonte specht, Grote gele kwikstaart, Nachtegaal, Vuurgoudhaantje,...) en een leefgebied voor zeldzaam geworden dieren als Kamsalamander en Hazelworm. Ook een hele reeks ongewervelde dieren komt hier voor.

Ook cultuurhistorisch is het een heel waardevol bos: zo vind je er de Konijnenberg. Dit is een relict uit periode van de abdij. Het Konijn was hier uitgestorven na de laatste ijstijd. In de 13e eeuw werd het opnieuw geïntroduceerd. Omdat de grond hier te zwaar was om de konijnen te laten graven werden ze in kunstmatige heuvels met holen ondergebracht. Het vlees en het bont kwamen de abdij en de adel ten goede. Het veld net naast de konijnenberg is het hoedemakersveld. De pachter hiervan was de hoedenmaker die de konijnenvellen verwerkte.

Verder is er ook nog een holle weg, een relict uit de prehistorie. Deze weg werd ook door de Romeinen gebruikt om vanuit de vallei tot aan het legerkamp op de top van de heuvel te komen. In oude geschriften van de abdij (1244) wordt hij al aangeduid als 'cava strata', een 'holle weg', dus hij was toen al zeer oud! In 1994 werd de holle weg weer aangelegd. Hij was volgestort in de loop der jaren, na de aanleg van de nieuwe, parallelle weg (de Kattenberg).

Het beheer beperkt zich in de graslanden tot maaibeheer en (na-)begrazing. In het bos : niets doen, dit in functie van het natuurlijk effect van een niet-verstoord bosbiotoop. Wel worden bepaalde homogene stukken populier omgevormd tot gemengd bos. Ook de verdere ontwikkeling van een mantelzoom wordt bevorderd. In een klein deel van het reservaat wordt aan hakhoutbeheer gedaan, met een omlooptijd van 12 jaar.

Meer info: Werkgroep Bos t'Ename