streekeigen bomen en struiken
Beschik je over voldoende ruimte, dan kan je gerust overwegen om een windkering, bestaande uit een gemengde haag van sleedoorn, hulst, veldesdoorn, zomereik en eenstijlige meidoorn aan te leggen. Deze houtkant beschermt verdere aanplantingen tegen wind en vorst. Hij huisvest daarnaast een rijke verscheidenheid aan insecten. Voor de meidoorn geldt een ander verhaaltje: volgens de ene, al dan niet officiële bron, is hij een broeihaard van het fameuze perenvuur; volgens andere, ook al dan niet officiële binnen- en buitenlandse bronnen draagt meidoorn deze bacterie, Erwinia amylovora, net zo veel als andere planten. In 1990 verscheen een rapport over het belang van de bloei van meidoorn bij het voorkomen van bacterie- of perenvuur in boomgaarden. De studie werd uitgevoerd in 1987, 1988 en 1989 door de Landbouwuniversiteit van Wageningen en de Plantenziektenkundige Dienst van Nederland. Volgens dit rapport blijkt dat de invloed van meidoorn op de verspreiding van bacterievuur naar boomgaarden erg werd overschat; bijgevolg heeft deze plant even veel waarde als gelijk welke in een haag of houtkant. De (her)aanleg van houtkanten wordt reeds jarenlang beklemtoond door milieubewegingen. De reden hiervoor is duidelijk: de ecologische waarde van houtkanten staat immers buiten kijf, onder meer als broedplaats voor zangvogels, als huisvesting en voedselkamer voor velerlei insecten en als beschutting voor kruidachtigen. Ook de landschappelijk-esthetische waarde van houtkanten is voor de Vlaamse Ardennen onmiskenbaar. Het cultuurhistorisch aspect van houtkanten wordt jammer genoeg dikwijls ondergewaardeerd. Voor de Vlaamse Ardennen kunnen we een zestal types houtkanten onderscheiden:
Opgaande bomenrij
De samenstelling van opgaande bomenrijen, nu grotendeels bestaande uit hybride populieren, was in de voorgaande eeuwen veel gevarieerder. Historisch onderzoek wijst uit dat de belangrijkste boomsoorten in de perceelsrand of de wegberm van de Vlaamse Ardennen beuk, zomereik, olm, grauwe abeel, wilg en gewone es waren.
Hakhoutkant op berm
In het heuvelland van de Vlaamse Ardennen zijn vele "barmen" (Zuidoost-vlaams voor taluds) met hakhout bezet. Dit is typisch voor holle wegen. Vele soorten houden in hakhoutvorm erg goed de bodem vast, zodat erosie wordt tegengegaan. De meeste van deze hakhoutkanten bestaan uit hazelaar, gewone es, haagbeuk, olm, zwarte els, rode kornoelje en/of gelderse roos.
Knotbomenrij
Erg gekend zijn de knotwilgen en knotpopulieren, maar oorspronkelijk werden in de Vlaamse Ardennen bijna alle soorten geknot en zelfs beduidend meer dan in andere streken: Gewone es, Haagbeuk, Zomereik, Olm, Zwarte els, Grauwe abeel, Veldesdoorn.
Kaphaag
Dit type houtkant komt enkel voor in de Vlaamse Ardennen. Het is eveneens een knotbomenrij maar de plantafstand is kleiner (0,50 m tot 1 m) en de kaphoogte lager(l,30 m tot 7 m). In tegenstelling tot knotbomen werd dit type bijna uitsluitend gevonden bij oude woningen. De meeste kaphagen bestaan uit Gewone es. In een recenter verleden werd het hout uit kaphagen (Gewone es, Haagbeuk, Veldesdoorn) vooral als geriefhout gebruikt, o.a. voor stelen van spades en bezems.
Geschoren haag
Eén van de functies van hagen was vroeger de veekering. Die hagen bestonden dan bij voorkeur uit doornige struiken. Oorspronkelijk werd vooral Eénstijlige meidoorn aangeplant en vaak vulde de haag zich spontaan met Sleedoorn, Egelantier en/of Hondsroos aan. Rond bebouwing hadden de hagen, net zoals nu, een zuiver ornamentele functie. In historisch opzicht waren Olm, Haagbeuk en Taxus (Spaans hout) de belangrijkste haagsoorten. Andere gebruikte soorten waren Beuk en Hulst en vooral vanaf de 19' eeuw Wilde liguster.
Gemengde houtkant
Het betreft hier diverse en willekeurige combinaties van bovenstaande types. Omwille van de variatie die dit type bezit, is een gemengde houtkant ecologisch het meest interessant. Een dubbele rij aanplanten verhoogt nog die ecologische waarde.
Voor het behoud van de eigenheid en de gaafheid van ons landschap is het conserveren (behouden en onderhouden) en aanplanten van elk type zeker aangewezen. Net zoals bv. molens, kapelletjes of oude kasseiwegtracés bevatten ze immers waardevolle informatie over onze eigen cultuurgeschiedenis.