Beiaardbos en Ingelbos
Het Beiaardbos
Het Beiaardbos ligt tamelijk geïsoleerd en is daardoor veel minder aan recreatie onderhevig dan het Kluisbos. Het is 15 ha groot, en voor het grootste deel eigendom van de Vlaamse Gemeenschap en voor een kleiner deel van Natuurpunt vzw. Het Beiaardbos is niet vrij toegankelijk.
In het gewestplan is dit gebied ingekleurd als natuurgebied met wetenschappelijke waarde. Deze status kreeg het onder andere door het voorkomen van een zeer bijzonder bronbeekje, waarvan het water veel kalk bevat. In het bronbeekje zet de kalk zich af op takjes, steentjes en ander materiaal. Voor de rest is het Beiaardbos een gemengd bos met hakhout en opgaande bomen. Dood hout (o.a. populier) wordt in het bos gelaten. Er wordt hier en daar wel hout verzaagd om houtmijten mee te maken (en zo het oude hakhoutbeheer te bestendigen). Aanvankelijk bestond het hele Beiaardbos uit hakhout van vooral Hazelaar, Tamme kastanje, Gewone es, Zwarte els, Meidoorn, Hulst en Rode kornoelje. Later werd helaas nogal wat populier aangeplant. In de kruidlaag vinden we Slanke sleutelbloem, Bosanemoon, Wilde hyacint, Eenbes, Hangende zegge, Breedbladige wespenorchis en Paarse schubwortel.
Het Ingelbos
Het Ingelbos is een bos (eigendom van vzw Natuurpunt) van 4,7 ha en ligt op 1 km van de bekende Hotondberg. Ook het Ingelbos is niet vrij toegankelijk.
Het is praktisch volledig omgeven door weiden, maar is ervan gescheiden door beekjes die een barrière vormen voor schadelijke invloeden (insijpelende mest). Het uitgesproken reliëf zorgt voor droge en natte stukken, wat weerspiegeld wordt in de vegetatie : Beuk, Zomereik, Lijsterbes, Dalkruid en Valse salie op de droge stukken, maar ook Zwarte els, Gewone es, Gevlekt longkruid, Dotterbloem, Groot springzaad, Kleine maagdenpalm en Muskuskruid in de vochtiger delen. Ook de typische Vlaamse Ardennenplanten zoals Paarse schubwortel, Wilde hyacint en Eenbes ontbreken niet.
De in het gebied voorkomende lorken en fijnsparren werden geringd (van een streep schors rondom ontdaan) zodat ze afsterven en plaats kunnen maken voor opslag van Beuk en Zomereik. In de jaren '50 werd hier één hectare populier aangeplant, die echter te droog bleken te staan en het niet gehaald hebben. De spontane opslag van Ruwe berk, Zomereik en Beuk heeft hun plaats ingenomen. De Ruwe berken zijn nu volwassen en sterven stilaan af. Door de geïsoleerde ligging en de het niet vrij toegankelijk zijn is de noodzakelijke rust voor broedvogels als Ransuil, Steenuil en Torenvalk gewaarborgd. In de winter vind je er o.a. Buizerd, Sperwer en Houtsnip.