De aantrekkingskracht van bomen en struiken op insecten en vogels
De Vlaamse Ardennen is een vrij "gaaf' gebleven gebied in Vlaanderen. De regio is een mengeling van prachtige vergezichten, beboste heuveltoppen, glooiende open kouters en groene valleien. Jammer genoeg werden en worden nog steeds de eens alom aanwezige houtkanten, heggen, hagen en (knot)bomen verwijderd. Toch vormen deze elementen de conditio sine qua non voor vele organismen: heggen, hagen, houtkanten en bomenrijen spelen een heel belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit en dan hebben we het natuurlijk niet alleen over vogels, maar ook over insecten, zoogdieren en planten.
Aantrekkingskracht op insecten
Door rekening te houden met de aantrekkingskracht van planten op bepaalde insecten, kan aan de beplanting een extra dimensie gegeven worden. Eenvoudigheidshalve is onderstaande lijst samengesteld naargelang het bloeiseizoen.
- Voorjaarsbloeiers
- Veldesdoorn - Acer campestre
- Gewone esdoorn - Acer pseudoplatanus
- Eenstijlige meidoorn - Crataegus monogyna
- Mispel - Mespilus germanica
- Zoete kers - Prunus avium
- Gewone vogelkers - Prunus padus
- Sleedoorn - Prunus spinosa
- Wilgensoorten - Salix spp.
- Gewone Lijsterbes - Sorbus aucuparia
- Hulst - Ilex aquifolium
- Taxus - Taxus baccata
- Zomerbloeiers
- Bosrank - Clematis vitalba
- Wilde liguster - Ligustrum vulgare
- Rozensoorten - Rosa spp.
- Lindesoorten - Tilia spp.
- Najaarsbloeiers
- Klimop - Hedera helix
Doorgaans kan men stellen dat fruitbomen goede voorjaarsdrachtplanten zijn als ze niet behandeld worden met sproeimiddelen.
Aantrekkingskracht op vogels
Vogels volgen veelal goed ontwikkelde houtkanten en bomenrijen om in de omliggende velden voedsel te zoeken. Natuurlijk vormen deze lineaire elementen zelf ook een ideale voedselbron voor zowel insecteneters als zaadeters. Zangvogels zijn ongetwijfeld de meest opvallende dieren in een haag, houtkant of bos. Ze zijn alle overdag actief en zijn vooral in het voorjaar vrij luidruchtig. De mannetjes zijn dan in goede doen om enerzijds een wijfje te lokken en anderzijds om hun territorium af te bakenen. Typisch voor heggen, hagen en houtkanten zijn onder meer Pimpelmees, Koolmees, Grauwe vliegenvanger, Roodborstje, Winterkoninkje, Merel, Lijster, etc. De meeste zangvogels die in haagkanten broeden zijn insecteneters. Ze pikken met hun fijne snavel insecten uit de spleten in de schors, tussen de afgevallen bladeren of uit de grond.'s Winters daarentegen schakelen ze over op bessen en zaden, omdat insecten eerder schaars zijn. Zaadeters, zoals de Houtduif en vertegenwoordigers van de vinkenfamilie, bezitten een korte, kegelvormige bek. Met hun scherpe randen kraken, pellen en verbrijzelen ze harde zaden. Sommige zaadeters schakelen 's zomers over op dierlijk voedsel en brengen hun jongen groot met insecten. Zowel zaadeters als insecteneters schuwen ook de bessen en de vruchten niet. Zaadeters malen in hun spiermaag de harde zaden van de bessen extra fijn. Insecteneters daarentegen scheiden de zaden onverteerd uit. M.a.w. het zijn niet de vinken, maar wel de Lijsters, Merels, Roodborstjes en mezen die instaan voor de verspreiding van bessendragende planten. Ook al zijn lijnvormige beplantingen doorgaans minder soortenrijk dan bossen, toch blijkt uit het voorgaande het belang van bessen en vruchten aan struiken en hagen. Wel komen in lijnvormige aanplantingen bepaalde soorten in grotere aantallen voor dan in bosgebieden. Daarvoor is in de eerste plaats de lengte van de haagkant van belang. Ook al dan niet solitaire (knot-)bomen herbergen dikwijls verschillende vogelsoorten, om er te broeden, te rusten of te eten: Steenuil, Torenvalk, Kauw, Gekraagde en Zwarte roodstaart, Matkopmees en andere. Wetenschappelijk onderzoek, o.a. in West-Vlaanderen, toont aan dat een afname van het aantal knotbomen een zekere daling van bv. de steenuilpopulatie tot gevolg heeft. Hieruit blijkt des te meer het belang van bomenrijen, heggen, houtkanten en solitaire bomen als levensnoodzakeliike verblijfplaatsen voor o.a. de avifauna.